De Turkse Sarah (24) verhuisde twee jaar geleden naar haar moeder en zusje in Hoorn, nadat ze in Istanbul was afgestudeerd als anesthesist. Met hulp van project ‘Migrantenvrouwen leren door’ van het Juniusfonds probeert ze in Nederland een nieuwe toekomst op te bouwen. ‘Ik had niet verwacht dat het zo moeilijk zou zijn.’
Terwijl zus Lara (9) met een mobieltje op de bank hangt, serveert moeder Birgül (48) koffie en zelfgemaakte cake in Sarah’s benedenwoning in Bovenkarspel. Op tafel liggen studieboeken, schriften en een laptop: Sarah’s studeerplek.
Geboren en opgegroeid in Istanbul, Turkije
Sarah is geboren en opgegroeid in Istanbul. Toen ze vijf was, gingen haar ouders scheiden. Ze kon zich geen leven voorstellen zonder haar moeder, maar toen die op haar twaalfde hertrouwde en naar Nederland verhuisde, mocht ze van haar vader niet mee. Tot haar 22ste woonde ze bij zijn ouders, waar ze dol op was. Op haar pols zit een tatoeage met 1953, hun beider geboortejaar.
Naar haar moeder in Nederland
Eenmaal afgestudeerd als anesthesist, besluit ze naar Nederland te verhuizen. ‘Als vrouw kun je in Turkije niet veilig alleen over straat, het leven is er onbetaalbaar geworden, maar vooral miste ik mijn moeder en mijn zusje heel erg’, zegt ze. Ze woont een jaartje bij haar moeder, stiefvader en halfzusje in Hoorn voordat ze naar een eigen woning in Bovenkarspel gaat. ‘Als ik wandel, zie ik egeltjes en hoor ik vogels fluiten. Dat is goed voor mijn ziel. Maar ik voel me ook vaak eenzaam. Je kunt hier uren uit het raam kijken zonder dat er iets beweegt en na zes uur is er niemand meer op straat. Ik mis mijn vriendinnen en mijn verloofde in Turkije.’
Migrantenvrouwen leren door: dat is echt iets voor mij
Sarah vertelt, terwijl ze af en toe naar haar moeder kijkt: ‘Toen ik hoorde over het project ‘Migrantenvrouwen leren door’ wist ik meteen: dat is echt iets voor mij. Toen ik twee maanden bij de sterilisatieafdeling van het Amstellandziekenhuis had gewerkt, werd ik ontslagen omdat mijn Nederlands niet goed genoeg was. Ik vind het nog steeds spannend om Nederlands te spreken.’
Hard werken: 32 uur per week bezig met Migrantenvrouwen leren door
Twee dagdelen per week heeft ze online Nederlandse les en een dagdeel gaat ze voor les naar Hoorn. ‘De docenten Nederlands van taalschool Stichting EdINOVA zijn heel goed en wij hebben het gezellig met elkaar’, zegt ze enthousiast. Sarah schat dat ze 32 uur per week met de lessen en huiswerk bezig is. In Turkije was ze al met Nederlands begonnen. ‘Ik keek tekenfilms, las kinderboeken en studeerde Nederlands via een website voor nieuwkomers.’ Birgül aait haar dochter over de rug: ‘ik ben heel trots op mijn dochter’, zegt ze. Sarah probeert zoveel mogelijk Nederlands te praten. Met haar zusje, met haar cursusgenoten en op haar werk: Sarah smeert broodjes bij een fastfoodrestaurant in Amsterdam.
Loslaten droombaan anesthesist, nu leer-werktraject Verzorgende
‘Onze loopbaancoach Priscilla van Startwijzer heeft me geholpen om mijn diploma anesthesie te waarderen en ze helpt me bij sollicitaties’, vertelt ze. ‘Ik weet dat sommige Nederlanders vooroordelen hebben over Turken. Daarom wilde ik het liefst in een groot ziekenhuis werken, met veel verschillende nationaliteiten.’
Tot haar teleurstelling hoorde ze pasgeleden dat ze niet is aangenomen voor een leer-werktraject bij Amsterdam UMC. ‘Ik ben er maanden mee bezig geweest: mailen, afwachten, examens, en ik heb een paar keer meegelopen. Ze hebben me niet aangenomen omdat ik niet enthousiast genoeg overkwam in het sollicitatiegesprek. Ik ben wél enthousiast maar ik was heel gespannen en snapte misschien niet alle vragen. Ik ben verdrietig en baal er enorm van.’
Na overleg met Priscilla besloot ze om haar droombaan anesthesist los te laten. Ze solliciteerde bij een verpleeghuis in Enkhuizen en werd aangenomen voor een leer-werktraject Verzorgende Individuele Gezondheidszorg. ‘Ik moet even omschakelen maar ik blijf in de zorg werken. En via deze baan wil ik doorgroeien naar een baan als verpleegkundige.’
Door traject nieuwe vriendinnen en een baan
‘Ik verdien mijn eigen geld, heb een woning en woon vlak bij mijn moeder en mijn zusje. Maar ik wil nog beter Nederlands leren en ik voel me nog steeds vaak alleen.’ De vrouwen uit haar groep vangen dat gemis deels op. ‘Soms eten we samen of we vieren Sinterklaas of Iraans Nieuwjaar. Ik ben heel blij dat ik door ‘Migrantenvrouwen leren door’ een baan en nieuwe vriendinnen heb gekregen.’
Interview door Clemy de Rooy – Foto’s door goedele monnens